De Ierse Werkelijkheid
Het Ierland van de rokende pluimen van Courtmacsherry, het desolaat achtergebleven Timoleague klooster in de drizzle, het weggegleden Mizen Head dat wegdroomt in de ondergaande zon, de vlekken van glanzend kwik in de meergebieden van Roscommon, de stupide mensvormen die je aanstaren vanaf stenen in het veen van Tyrone, dit is het Ierland dat wiegt op een ballade van Sandy Denny, een eiland dat niet bestaat in de tegenwoordigheid. Of juist wel, al naar gelang je al deze plaatsen bezoekt en de gave van de verbeelding hebt.
Het is niet verwonderlijk dat de oude Ieren in elfen en trollen geloofden, de chagrijnige, soms schokkend rancuneuze faeries, die zuigelingen roven omdat hun een onrecht is aangedaan, vaak niet meer dan het betreden van een van de vele ringforten (die overigens in rap tempo verdwijnen, maar dit terzijde) waarna zij kwaadaardige changelings voor de kleinen in de plaats leggen, hun kwaadwillend evenbeeld dat de opdracht heeft wraak te nemen op de arme sterveling die dit lot beschoren is.

Courtmacsherry, Co. Cork
De werkelijkheid van het Ierse land, waar vanalles gebeurt, maar toch net iets anders dan verwacht, de fantasieverhalen van pubbezoekers, maar ook eenvoudige huisvrouwen, allen vertonen een diep soort humor vermengd met ongelooflijke ironie van het soort dat alleen zwaar onderdrukte volken kunnen opbrengen.
En die zich daarna afvragen of dat alles wel echt gebeurd, of maar schijn was, als een luchtspiegeling. Zoals van ongelukkige aannemers die, na een val van hoge ladder, met gebroken schedel en doodgewaand, van het bed oprijzen na het ruiken en daarna proeven van ‘black beer and strong whiskey‘ (Christy Moore), tegenover de Finnegan’s wake op zijn Maaslands, de twee mannen uit het Dorp aan de Rivier van Antoon Coolen, dansend met het lijk van de molenaarsknecht die zich verhing. Maar die in tegenstelling tot Tim Finnegan niet meer tot leven komt.
De Ierse mijlen, twee keer zolang als de Engelse, bestaan nog steeds in de hoofden van de Ieren. Optimistisch als altijd geeft de Ier de afstand naar een stad, dorp of rivier gewoonlijk ook tweemaal zo dichtbij op als in werkelijkheid het geval is. Zo is het zijn oude gewoonte fantastische verhalen te vertellen, zijn fantasie, of beide die je plots tot een echte vreemdeling brandmerkt. Voor hem bestaat onze werkelijkheid bovendien niet meer na ettelijke glazen Guinness in de dorpspub, want zingt hij uit volle borst over de glorierijke jaren van ellende, en lijkt hij wel trots op de misere die hem en zijn naasten is overkomen.
Eenmaal in afzondering besef je dat de historie van Ierland indrukwekkend en tevens als niet gebeurd beschouwd kan worden, ware het niet dat vele zonen en dochters in de Nieuwe Wereld het levende bewijs lijken te vormen.
Slechts een volk met een dergelijk werkelijkheidsgevoel – dan wel het gebrek daaraan – is in staat 800 lange jaren van wrede onderdrukking te dragen.
Recente reacties